Hondenbeleid
Maassluis
Op deze pagina vind je informatie over het hondenbeleid van de gemeente Maassluis,
gevolgd door een deel uit de nota van de Dierenbescherming over hondenbeleid,
waarin de aanbevelingen van de Dierenbescherming in rood vermeld zijn.
Extra informatie: Gemeentelijke verordening Hondenbelasting
Hieronder de tekst van de folder "Hondenbeleid" uitgegeven door de gemeente Maassluis
In
de gemeente Maassluis wonen veel honden die voor plezier en gezelschap zorgen.
Maar hoe klein, groot, jong of oud ze ook zijn; het doen van hun behoefte is een
dagelijks terugkerende gebeurtenis. Om van deze gebeurtenis geen ergernis te
maken, heeft de gemeente Maassluis een nieuw beleid opgesteld. De hoofdlijnen
van dit beleid zijn bepaald door de gemeenteraad en houden bijvoorbeeld in dat
hondenuitlaters altijd opruimmateriaal bij zich moeten hebben, dat er een
hondenpenning wordt ingevoerd en dat honden hun behoefte niet meer zomaar mogen
doen in grasbermen, op taluds en in goten.
De
praktische uitwerking van het nieuwe hondenbeleid is mede tot stand gekomen na
11 buurtgerichte inspraakbijeenkomsten. Bewoners hebben dankbaar gebruik gemaakt
van de mogelijkheid hun mening te geven over bijvoorbeeld gewenste
uitlaatplekken, maar ook over plekken waar veel overlast wordt ervaren.
De
regels op een rijtje:
Honden
aan de lijn
In
heel de gemeente Maassluis moeten de honden in het openbaar gebied aan de lijn,
met uitzondering van de speciaal aangewezen losloopgebieden.
Opruimplicht
De
opruimplicht wil zeggen dat de begeleider van de hond verplicht is de
uitwerpselen van de hond direct op te ruimen. Deze regel geldt in heel
Maassluis, met uitzondering van de speciaal aangewezen uitlaatstroken en
losloopgebieden. Deze speciale gebieden zijn aangegeven op een kaart die wordt
toegestuurd aan alle bij de gemeente bekende hondenbezitters in Maassluis.
Overige belangstellenden kunnen de kaart gratis ophalen bij het
informatiecentrum in de hal van het stadhuis aan de Koningshoek. In de
losloopgebieden en uitlaatstroken mag een hond worden uitgelaten zonder dat de
uitwerpselen opgeruimd hoeven worden. Uitlaatstroken worden, waar mogelijk, door
de gemeente Maassluis schoongehouden. Ook tussen heesterbeplantingen mag de hond
zijn behoefte doen zonder dat het hoeft te worden opgeruimd. Op alle andere
plekken moet hondenpoep door de begeleider van de hond worden opgeruimd. De
regelgeving ten aanzien van de opruimplicht geldt niet voor blindengeleidehonden
of andere honden die dienen als hulp of geleide voor gehandicapten.
Verboden
voor honden
Er
zijn in Maassluis ook gebieden waar het verboden is voor honden, zelfs als ze
aangelijnd zijn. Het gaat dan om kinderspeelplaatsen, zandbakken en speelvelden.
Dit verbod geldt voor alle plekken die herkenbaar zijn als speelveld,
bijvoorbeeld omdat er speeltoestellen, doelpalen of iets dergelijks staan. Deze
gebieden zijn veelal herkenbaar aan de verbodsbordjes. Ook als er geen bordjes
staan bij een speelplaats is het verboden voor honden. Hondenpoep is immers niet
alleen smerig, het kan ook gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Vooral kinderen
lopen in speelplaatsen kans op besmettingen met ziekteverwekkers die in
hondenpoep kunnen voorkomen.
Voorzieningen
Om
samen de overlast van hondenpoep te bestrijden, komt de gemeente Maassluis niet
alleen met regelgeving, maar zorgt op haar beurt ook voor speciale
voorzieningen. Deze voorzieningen zijn: losloopgebieden, honden
uitlaatstroken en afvalbakken.
Losloopgebieden
Losloopgebieden
zijn speciaal aangewezen en gemarkeerde plekken, waar de hond vrij mag lopen en
de uitwerpselen niet opgeruimd hoeven te worden. De aangewezen losloopgebieden
zijn
het
Wipperspark,
achter
de geluidswal langs de snelweg,
langs
de Nieuwe Waterweg,
naast
en achter het hockeyveld van Evergreen,
naast
de tennishal aan de Dr.A. Schweitzerdreef en
in
het park naast de Gophers.
Honden
uitlaatstroken
Dit
zijn speciaal aangewezen en gemarkeerde groenstroken waarop de honden
(aangelijnd) mogen worden uitgelaten zonder dat de uitwerpselen opgeruimd hoeven
te worden. De gemeente zorgt voor het periodiek schoonmaken van deze stroken met
een speciale hondenpoepzuiger. Enkele uitlaatstroken worden niet door de
gemeente schoongehouden, omdat het hellingen of moeilijk bereikbare plaatsen
betreft. Dit zijn veelal ruwe grasbermen of taluds.
Afvalbakken
Ondanks
alle voorzieningen laat de natuur zich niet altijd dwingen. Stel dat de hond
toch zijn behoefte doet op een plaats waar dat niet mag. In dat geval is de
begeleider van het dier verplicht de hondenpoep op te ruimen. De gemeente
Maassluis zorgt voor het plaatsen van extra afvalbakken. Maar hondenbezitters
moeten er zelf voor zorgen deugdelijk opruimmateriaal bij zich te hebben.
Hondenpenning
Iedere
inwoner van de gemeente Maassluis die één of meer honden heeft, is verplicht
hondenbelasting te betalen. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van het
aantal honden
dat
men heeft. Of er hondenbelasting is betaald voor een hond, is voortaan zichtbaar
aan de speciale penning die de hond moet dragen.
Boetes
Wie
niet vrijwillig de poep van zijn of haar hond opruimt, kan hierop worden
aangesproken door de toezichthouders van de gemeente. Zij hebben de opdracht om
hier extra aandacht aan te besteden. Ook zullen zij er op letten dat de honden
aangelijnd zijn, een penning dragen en niet aanwezig zijn in verbodsgebieden.
Overtreders kunnen een boete van € 75 verwachten.
Informatie
Een kaart met daarop de losloopgebieden en uitlaatstroken in Maassluis, en meer informatie over het hondenbeleid, is gratis af te halen in het informatiecentrum in de hal van het stadhuis aan de Koningshoek. Ook op de website: www.maassluis.nl is meer informatie te vinden.
Overgenomen
uit de APV van Maassluis
Artikel
4.2.1 Overlast/verontreiniging door honden
de
eigenaar, de houder, de verzorger van een hond of degene die de hond feitelijk
onder zijn hoede heeft.
2.
Het is de eigenaar van een hond verboden deze te doen of laten verblijven op een
voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelweide,
speelplaats, zandbak en op door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.
3.
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor een blinde persoon of
anderszins lichamelijk gehandicapt persoon, die is aangewezen op de begeleiding
door de desbetreffende hond.
4.
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor de eigenaar van een
politiehond onder begeleiding van een politiefunctionaris.
5.
Het is de eigenaar van een hond verboden deze onaangelijnd te laten loslopen met
uitzondering van de in de daarvoor door burgemeester en wethouders aangegeven
gebieden.
6.
De eigenaar van een hond is verplicht, indien de hond zich op een weg of een
voor het publiek toegankelijke plaats bevindt, ervoor zorg te dragen dat de hond
zich niet van zijn uitwerpselen ontdoet anders dan in de door burgemeester en
wethouders daartoe aangewezen gebieden.
7.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het zesde lid gestelde gebod
wordt opgeheven, wanneer de eigenaar van die hond de uitwerpselen direct op een
doelmatige wijze verwijdert of in de door burgemeester en wethouders aangewezen
gebieden.
8.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het zesde lid gestelde gebod
geldt niet in gebieden, zoals die door burgemeester en wethouders op grond van
het vijfde lid aangewezen.
9. De eigenaar van een hond dient ervoor te waken dat dit dier door aanhoudend geblaf of gejank hinderlijk is voor de omgeving of de nachtrust verstoort.
Een deel uit de nota "Dierenwelzijn in de Gemeente" van de dierenbescherming met aanbevelingen
2.2
Hondenbeleid
In
de Nederlandse samenleving spelen honden een belangrijke rol. Het ontwikkelen
van beleid ten aanzien van honden is onontkoombaar, gezien het feit dat er in
Nederland 1,4 miljoen honden leven. Het is belangrijk dat hondeneigenaren, hun
honden en niet-hondeneigenaren zonder ergernissen en overlast kunnen samenleven.
Hondenpoep staat nog steeds hoog op de lijst van irritaties die in gemeenten
voorkomen. De overlast door hondenpoep is niet primair een
dierenwelzijnprobleem. De maatregelen ertegen raken echter wel het welzijn van
honden. Dit geldt vooral voor aanlijngeboden voor de gehele bebouwde kom met
uitzondering van bepaalde uitrengebieden. Een goed en succesvol hondenbeleid
probeert de overlast te bestrijden door goede voorzieningen te treffen in de
openbare ruimte, rekening houdend met het welzijn van de honden. Daarnaast neemt
voorlichting een belangrijke plaats in.
2.2.1
Rol van de gemeente In
veel gemeenten is er al beleid waarin regels zijn opgenomen waar hondeneigenaren
zich aan moeten houden. Er zijn echter grote verschillen tussen de gemeenten wat
betreft hondenbeleid. Om te komen tot een hondenbeleid dat bevredigend is voor
alle inwoners van de gemeente, is het goed het bestaande beleid nog eens tegen
het licht te houden.
Hieronder
worden onderdelen van een effectief hondenbeleid beschreven, zoals de besteding
van hondenbelasting, de regelingen die zijn opgenomen in de APV, controle en
handhaving van het beleid en faciliteiten die de gemeente beschikbaar stelt. De
Dierenbescherming vindt het belangrijk dat gemeenten bij het maken van
hondenbeleid gebruik maken van expertise van de Dierenbescherming en
hondenbezitters. Om draagvlak te verkrijgen is het verstandig ook
bewoners(organisaties) bij het beleidsproces te betrekken. In goed overleg en in
nauwe samenspraak met deze partijen kan men komen tot een goed hondenbeleid dat bijdraagt aan dierenwelzijn.
Aanbeveling
4: De gemeente maakt, in
overleg met de Dierenbescherming en inwoners van de gemeente, hondenbeleid dat
acceptabel is voor alle inwoners en bijdraagt aan het welzijn van honden.
a. Hondenbelasting
Iedere
gemeente heeft het wettelijke recht hondenbelasting te heffen (artikel 226 van
de Gemeentewet2), maar niet elke gemeente doet dat ook. De gemeente kan deze
inkomsten geheel ten goede laten komen aan het hondenbeleid (bijv. Gemeente
Dordrecht), maar is dit niet verplicht. Ze kan er ook voor kiezen de inkomsten
(gedeeltelijk) voor algemene middelen te gebruiken.
De
Dierenbescherming bepleit het leggen van een relatie tussen hondenbelasting en
de inzet van de middelen. Zo kunnen met de opbrengst van de hondenbelasting
voorzieningen voor het bestrijden of opruimen van hondenpoep worden bekostigd.
Denk aan openbare hondentoiletten en het aanleggen van uitrengebieden en
speelvelden voor honden.
De
Gemeentewet noemt geen vrijstellingen speciaal voor de hondenbelasting.
Gemeenten kunnen wel zelf vrijstellingen invoeren voor bepaalde groepen. De
Dierenbescherming vindt dat deze vrijstellingen zeker moeten gelden voor honden
die in een asiel verblijven. 2 Wet van 14 februari 1992, houdende nieuwe
bepalingen met betrekking tot gemeenten
Als
de hond gedurende het heffingstijdvak overlijdt, of als de houder zijn hond op
een andere manier kwijtraakt, kan hij meestal naar evenredigheid ontheffing van
het belastingbedrag krijgen. Hetzelfde geldt als iemand in de loop van het jaar
verhuist naar een adres buiten de gemeente. Een en ander moet in de
belastingverordening zijn geregeld.
Aanbeveling
5: Hondenbelasting wordt
alleen besteed aan maatregelen voor honden.
b. Hondenbeleid in de APV
De
gemeente kan regels uit het hondenbeleid in de Algemene Plaatselijke Verordening
(APV) opnemen. In de model-APV van
de VNG zijn bepalingen opgenomen over verontreiniging door honden en gevaarlijke
honden. De bepalingen in de model-APV met betrekking tot honden zijn:
De
ene gemeente heeft de plichten, geboden en verboden met betrekking tot honden
wel opgenomen in haar APV en de andere gemeente niet. Ook de toepassing van deze
bepalingen is verschillend per gemeente. Zo heeft de ene gemeente meer openbare
ruimtes waar een toegangsverbod of een aanlijnverplichting geldt, dan de andere
gemeente. Hieronder wordt ingegaan op de diverse plichten, geboden en verboden.
-
Toegangsverbod
In
bepaalde voor publiek toegankelijke gebieden zijn honden niet toegestaan. Deze
verboden gelden vaak voor gebieden met weinig groenvoorziening, sportvelden of
winkelcentra. In de meeste Nederlandse gemeenten zijn honden ook niet toegestaan
op kinderspeelplaatsen.
Bij
het aanwijzen van de verboden gebieden moet de gemeente wel rekening houden met
hondenbezitters die in dit gebied wonen. In de gemeente Groningen hebben deze
mensen een ontheffing gekregen. Zij mogen wel met hun hond door het verboden
gebied lopen, in dit geval winkelstraten. De hond moet dan zijn aangelijnd en
als de hond toch “per ongeluk” zijn behoefte doet is de eigenaar verplicht
dit op te ruimen.
Het
toepassen van toegangsverboden moet verder worden afgestemd op de locaties en
behoeften van de betrokkenen. In een stad(deel) met veel groenvoorziening en
ruimte is de situatie anders dan in een binnenstad zonder groenvoorziening. Het
is altijd belangrijk dat alternatieven in de buurt worden aangeboden voor het
uitlaten van honden. Als hondeneigenaren een goede uitlaatruimte in de buurt
hebben, zal het begrip voor een toegangsverbod meer draagvlak hebben en beter
worden nageleefd. Daarbij moeten honden de mogelijkheid hebben om uit te kunnen
rennen. Zo heeft Nootdorp een hondenbos, waar honden het hele jaar los mogen
lopen. Er zijn bomen, gras en een strandje. In de wintermaanden (1 oktober tot 1
april) is een groter gebied open voor honden.
-
Opruimplicht
Op
locaties waar veel mensen komen en waar weinig groen is, bijvoorbeeld een
winkelcentrum of plaatsen die worden gebuikt om te sporten of te spelen, kan een
opruimplicht worden gehanteerd. Het is daarnaast aan te bevelen om alternatieven
te bieden in de buurt, bijvoorbeeld door uitlaatroutes of uitlaatplaatsen aan te
leggen waar de ontlasting van honden niet door de hondenbezitter hoeft te worden
opgeruimd. Dit om draagvlak en de kans op naleving te vergroten. In de gemeente
Leidschendam- Voorburg zijn er “kwispelroutes” aangelegd. Iedereen die
hondenbelasting betaalt, krijgt een kaart van de gemeente met de losloop- en
kwispelroutes van Leidschendam-Voorburg. Tevens
is het belangrijk dat op locaties waar een opruimplicht geldt afvalbakken voor
de uitwerpselen worden geplaatst.
-
Aanlijn- en muilkorfplicht
Door
het instellen van een aanlijnplicht (eventueel alleen op specifieke locaties)
kan de verlast door (loslopende) honden soms worden verminderd. Een
aanlijnplicht kan vooral van belang zijn in gebieden waar loslopende honden een
gevaar kunnen vormen voor het verkeer. Denk aan drukke wegen, winkelcentra,
kinderspeelplaatsen, begraafplaatsen en sportvelden.
De
gemeenten moeten echter wel voldoende grote en veilige locaties creëren waar
honden los kunnen lopen en uit kunnen rennen.
Als een gemeente hiertoe te weinig of te kleine locaties aanwijst, is de kans op
gevechten tussen honden groter.
Belangrijk
is dus dat uitrengebieden voldoende geografisch verspreid liggen en niet te
klein zijn. Het is daarom geen goede zaak aanlijngeboden te laten gelden voor
alle parken en plantsoenen binnen een gemeente.
Als
een hond heeft aangetoond “gevaarlijk” te zijn, kan de gemeente de eigenaar
een zogenaamd muilkorfgebod opleggen. In de meest gemeenten wordt een hond als
“gevaarlijk” bestempeld, wanneer hij meer dan één keer iemand heeft
gebeten.
-Verplicht
identificatiekenmerk
Identificeren
is het aanbrengen van een uniek kenmerk (chip, tatoeage) waardoor een hond
herkend kan worden. De volgende stap is registreren, dat wil zeggen het
vastleggen van de identificatiegegevens in een landelijke of Europese databank.
De
meeste gemeenten hebben een artikel met betrekking tot identificatie en
registratie opgenomen in hun APV omdat ze het van belang vinden voor de controle
op de naleving van de aanlijn- en muilkorfgeboden en voor de opsporing van een
overtreder. Via de tatoeage of chip kan nagegaan worden of een hond behoort tot
een gevaarlijke categorie en wie de eigenaar of houder is.
Een
andere belangrijke reden om dieren te identificeren is dat een gevonden dier
sneller weer bij zijn eigenaar terug kan zijn. In de eerste plaats is dit beter
voor het welzijn van het dier. Bovendien worden de kosten voor opvang
geminimaliseerd.
Het
is daarom van groot belang dat de gemeente in de APV een artikel opneemt over
identificatie en registratie. In de model-APV van de VNG is een artikel
opgenomen over de verplichting tot het dragen van een halsband of een ander
identificatiekenmerk wanneer de hond op de openbare weg loopt. Het verdient
aanbeveling dat de gemeente dit artikel overneemt in haar eigen APV. De voorkeur
gaat daarbij uit naar een onderhuids ingebrachte chip, omdat een halsband
verloren kan raken en tatoeages verbleken.
Aanbeveling
6: De gemeente neemt regels
van het hondenbeleid in de APV op, die expliciet rekening houden met welzijn van
honden.
c. Gemeentelijke faciliteiten
Als
de gemeente hondeneigenaren verplicht hondenpoep van zijn of haar hond op te
ruimen, moet de gemeente ervoor zorgen dat de poep ergens in gedeponeerd kan
worden. Denk aan afvalbakken. De gemeente kan ervoor kiezen speciale
hondenpoepbakken te plaatsen.
Belangrijk
voor het draagvlak is dat ook plaatsen worden gecreëerd waar de opruimplicht
niet geldt, bijvoorbeeld hondentoiletten of uitlaatstroken. Een hondentoilet is
een afgebakend stukje grond met bijvoorbeeld zand waarin honden hun behoefte
kunnen doen. De gemeente maakt de hondentoiletten regelmatig schoon.
Uitlaatstroken zijn stukken grond waar de honden uitgelaten kunnen worden. Bij
zowel hondentoiletten als uitlaatstroken is het van belang dat borden worden
geplaatst waarop staat aangegeven wat de plichten van een hondeneigenaar zijn.
Belangrijk
daarbij is dat er voorlichting wordt gegeven over het gebruik van de
hondenpoepafvalbakken, hondentoiletten en andere voorzieningen. Dit kan door
middel van het plaatsen van bordjes, het uitgeven van een folder over het
hondenbeleid of uitleg in de gemeentegids en op de website van de gemeente.
Aanbeveling
7: De gemeente zorgt voor
voldoende geografisch verspreide locaties binnen de gemeente die groot genoeg
zijn om honden uit te laten en waar ze uit kunnen rennen. Daarbij zorgt de
gemeente voor faciliteiten op de genoemde locaties zoals borden en afvalbakken.

Geconcludeerd mag worden dat de Gemeente hier en daar nogal tekort schiet m.b.t. het welzijn van de honden. Ook de schone belofte meer afvalbakken te plaatsen is nooit
nagekomen. Nog steeds moet men zijn zakje deponeren in een bak naast een bankje waar net iemand iet lekkers zit te eten. Bovendien sneuvelen die poepzakjes
snel als er blikjes of ander afval in de bak geworpen wordt. Met alle gevolgen van dien: Stank en vliegen.
Wat de Gemeente onder schoonhouden verstaat,
bestaat uit het vermaaien van de hondenpoep over de uitlaatstroken. Gevolg hiervan is dat de poep totaal verspreid
wordt over het gras en veel honden verre willen blijven van de viezigheid. Een hond is van nature vies van de poep van andere honden, een
uitzondering daargelaten.
De losloopgebieden liggen allen aan de rand of buiten de bebouwde kom. Voor mensen die minder goed ter been zijn, zijn de afstanden te groot.
De paden, velden of gebieden die door de gemeente zijn aangewezen als losloopgebied zijn niet voorzien van bordjes. Dit schept nogal
eens verwarring.
Het losloopveld naast de tennishal wordt nauwelijks gemaaid. Vorig jaar stond het gras tot borsthoogte, van mensen wel te verstaan. Na het herhaaldelijk
indienen van klachten is het veld gemaaid. Het veld is niet toegankelijk voor mensen in een rolstoel.
Vaak liggen er met name na het weekend glasscherven op voetpaden en fietspaden. Dit levert naast lekke banden ook lekke hondenpootjes op.
De gemeente "ruimt" dit glas op met een veegwagentje. Echter 90 % van de scherven komt zo in de grasbermen terecht.
Mocht u opmerkingen, ideeën of uw handtekening voor de actie "hondenlosloop- en/of speelveld binnen de bebouwde kom" via email in willen brengen, klik dan op